Het sprookje van de dag

Mag het efemeer zijn?

Annabella

Op de dorpel van haar eenvoudige huisje zat de jonge heks Annabella wat te niksen in de avondzon. Ze had een stengel wijnruit in de hand die ze om en om draaide. Af en toe beet ze er een stukje af, kauwde er wat op en spuwde het dan voor zich uit. Was het dat nu, vroeg ze zich af. Het was waar, ze was geslaagd cum laude op de heksenschool, en ze had oprechte felicitaties gekregen van een paar oude heksen die in haar een stevige opvolgster zagen. Maar dat feest lag alweer zes maanden achter haar, en zoals u wel kan denken, eens je de bul van heks hebt moet je het zelf maar uitzoeken. Nee, marketing wordt niet gedoceerd op de heksenschool. Natuurlijk kende ze alle formules uit het hoofd, en zelfs de bijwerkingen en de remedies kon ze zo afratelen. Dat was allemaal in orde, maar dat was het dan ook. Alsof je een winkel hebt, volgestouwd met lekkers en moois, en bij de opening ervan komt er niemand opdagen. Zo voelde Annabella dat aan. Verveling heeft een narcotisch effect, je komt in een soort vredige slaapstand waarbij niets je meer echt kan schelen, maar Annabella wilde die toestand niet en ze schudde die dan ook snel van zich af. Er moest iets gebeuren, maar wat? Zou ze de mensen in het dorp eens uitnodigen om kennis te maken met haar kennis? Maar ze kende de lui daar, en die zaten liever voor hun breedbeeld te dommelen dan dat ze zich zouden reppen naar het huisje van een eerste-klas-heks. Wie zat er nu te wachten op een doorwinterde kenster van kruiden? Om de hoek loerde de lethargie, maar Annabella stuurde die met een strenge blik weg.
En toen verscheen een jongeman op het pad naar haar huisje. Hij zag er zeer onbezorgd uit, en dat accentueerde hij door vrolijk te fluiten. Annabella kende hem niet, nog nooit gezien in het dorp. Hij zag er wel goed uit. De jongeman kwam dichterbij en toen hij op gehoorsafstand was, stopte hij met fluiten en vroeg onschuldig: “Ik ben zo te zien verdwaald. Heeft u een glaasje water voor mij, dan ben ik tenminste van die droge keel af.” Annabella sprong recht en liep haar huisje in. Zou ze hem een glaasje water geven of iets meer? Ze hield het het op fris pompwater en kwam buiten met een kruik en een aarden beker. “Alstublieft. Neemt u maar zoveel als u wil.” De jongen dronk gulzig en knikte toen zij aanbood om bij te schenken. “Oef! Ik dacht ik dat ik hier zo droog zou eindigen als een…” “Als een haring?” vulde Annabella spontaan aan. “Precies! dat was net wat ik wou zeggen. U kan gedachten lezen of zo? Maar ik heb al teveel van uw tijd genomen. Ik moet maar eens verder.” “Oh maar ik heb tijd hoor!” zei Annabella haastig. “U mag vannacht hier blijven als u wil, dan kan u morgen weer verder, ik toon u de weg wel.” De jongeman aarzelde even, maar dat was maar even. “Dan doe ik dat!” zei hij.
En nu volgt er nog een heel leuk stukje, kindjes, echt waar, maar dat houden we dan maar tot jullie zelf eens verdwaald geraken en dan ontdekken dat een gediplomeerde heks best leuk gezelschap kan zijn.

Vorig sprookje
Particulier gebruik van de teksten van "Het sprookje van de dag" mag mits bronvermelding. Commercieel gebruik is niet toegelaten.